Cavity barriers (spouwmuurafsluiters) zijn productsystemen die in spouwmuren, gevels of dakconstructies worden geplaatst om de verspreiding van brand en rook door holle ruimtes te beperken. Cavity barriers zijn beschikbaar in actieve varianten (die sluiten af wanneer het productsysteem in contact komt met een vlam) en passieve varianten (die met het productsysteem al voortijdig de holle ruimte gedeeltelijk afsluiten). Cavity barriers zijn vooral bekend uit het Verenigd Koninkrijk, waar hun gebruik (zowel actief als passief) verplicht is voor bepaalde gebouwen.
Wettelijke situatie in Nederland
In Nederland wordt de brandveiligheid van gebouwen geregeld via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Belangrijke punten in het Bbl zijn:
- Brandcompartimentering: Gebouwen moeten zodanig worden ontworpen dat brand zich niet onbeperkt kan verspreiden.
- Vluchtveiligheid: Bewoners moeten voldoende tijd hebben om veilig te ontsnappen bij brand.
Brandcompartimentering wordt in het Bbl geregeld in artikel 4.54, daarin wordt voor de bepaling van de van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) verwezen naar de NEN 6068.
Deze norm stelt dat gevelconstructies van gebouwen waarvoor de WBDBO moet worden bepaald, moeten voldoen aan brandklasse B en dat dichte delen minimaal 30 minuten brandwerend moeten zijn, zoals vastgelegd in NEN 6069. Tot op heden vereisen de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ten aanzien van het brandgedrag van gevels hooguit brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1 (artikel 4.44). Een gevelconstructie die aan brandklasse B voldoet, voldoet in Nederland voor gebouwen tot 70 meter hoogte momenteel dus altijd aan de voorschriften en voorwaarden, ook voor de meest risicovolle gebouwen. Voor gebouwen boven de 70 meter gelden volgens artikel 4.89 lid 1 aanvullende eisen.
Cavity barriers worden in het Bbl niet expliciet genoemd. Het gebruik van cavity barriers kan echter worden toegepast om brandvoortplanting via de spouw tegen te gaan. De toepassing is vrijwillig en de huidige testmethoden volgens NEN-EN 13501-1 zijn niet altijd geschikt om cavity barriers te beoordelen.
Voorgenomen wijziging regelgeving Nederland
Sinds de brand op 14 juni 2017 in de Grenfell Tower in Londen is zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Nederland en de rest van Europa veel aan het veranderen met betrekking tot de brandveiligheid van gevels. Onderzoek naar de oorzaken van hoe deze brand uit de hand heeft kunnen lopen, heeft geleid tot onder andere meer kennis over de aspecten die van invloed zijn op brandvoortplanting over (en door) gevels.
In Nederland heeft dit geleid tot het voornemen om de eisen aan brandklassen van gevels van risicovolle gebouwen aan te scherpen. Dit voornemen is vastgelegd in Staatsblad 2023, 426, waarin het nieuwe artikel 4.44a (buitenoppervlak boven 30/50 m) wordt geïntroduceerd. Naar verwachting treedt dit artikel medio 2026 in werking en is het van toepassing op nieuwbouw en ingrijpende renovaties (Bbl, artikel 5.20, lid 5). Artikel 4.44a schrijft voor dat gevelafwerkingen van risicovolle gebouwen (slaapgebouwen boven 30 of 50 meter, afhankelijk van de situatie) minimaal brandklasse A2 moeten hebben, bepaald volgens NEN-EN 13501-1, of aan een toekomstige ministeriële regeling. Deze ministeriële regeling is nog in de maak en zal als alternatief gaan verwijzen naar bepaling van het brandgedrag van de gevelconstructie volgens NPR 6999, die verschillende testmethoden beschrijft, waaronder de ISO 13785-1 Intermediate Scale Test, die onder andere bij Efectis kan worden uitgevoerd.
Praktische implicaties
Bij het bepalen van de brandvoortplanting over en door de gevelconstructie volgens de NPR 6999 kunnen Cavity Barriers alsnog een rol spelen. Hoewel niet wettelijk verplicht, kan het plaatsen van cavity barriers in spouwmuren en holle ruimtes helpen om te voldoen aan de eisen voor brandvoortplanting over en door de gevel en daarmee de brandcompartimentering.
Hoewel cavity barriers niet verplicht zijn in Nederland, kunnen ze in ontwerp en uitvoering worden toegepast om:
- Branddoorslag via spouwlagen te beperken.
- Rookverspreiding in holle ruimtes te vertragen.
- Bij te dragen aan de algehele brandveiligheid van gevelconstructies, met name in prestatiegerichte ontwerpen.
Het gebruik van cavity barriers ondersteunt dus indirect de naleving van de eisen aan brandgedrag en brandvoortplanting via gevels, zonder dat het wettelijk verplicht is. Bij een bepaling volgens NPR 6999 en een test volgens ISO 13785-1, BS 8414 of DIN 4102-20 kan een cavity barrier direct bijdragen aan het behalen van de criteria. Tot slot is de “activiteit” van de actieve cavity barriers van grote invloed op de brandvoortplanting. Architecten en bouwers kunnen actieve en passieve cavity barriers gebruiken als onderdeel van een brandveilig ontwerp, bijvoorbeeld om risico’s van branddoorslag via spouwmuren te beperken. Bij prestatiegericht ontwerpen kan het toevoegen van cavity barriers worden meegenomen in de beoordeling van brandveiligheid, ook al is het wettelijk niet verplicht.
Conclusie
Hoewel cavity barriers in Nederland momenteel niet wettelijk verplicht zijn, kunnen ze een belangrijke rol spelen bij het beheersen van brandvoortplanting in spouwmuren en holle ruimtes. Ze kunnen bijdragen aan de naleving van eisen voor brandcompartimentering en het beperken van rookverspreiding, vooral in prestatiegerichte ontwerpen en risicovolle gebouwen.
Met de voorgenomen aanscherping van de regelgeving, zoals binnenkort wordt opgenomen in artikel 4.44a van het Bbl, komt er meer nadruk te liggen op brandvoortplanting via gevels. Hierdoor wordt het gebruik van cavity barriers steeds relevanter als praktische maatregel om te voldoen aan toekomstige eisen en de algehele brandveiligheid van gebouwen te versterken.
